1. Je hebt net een nieuwe telefoon gekregen. Wat doe je?
A. Je pakt de doos uit op zoek naar de gebruiksaanwijzing. Legt de telefoon weg en gaat eerst de gebruiksaanwijzing uitgebreid lezen.
B. Je pakt de telefoon uit de doos en zet meteen alle info over, zodat hij ready voor gebruik is.
2. Je gaat de speakers van je stereo ophangen. (Het snoerloze tijdperk is nog niet daar!) Je hebt een snoer van 10 meter gekocht dat je voor de 2 speakers gaat gebruiken. De ene speaker komt op 3 meter van de installatie en de andere op 7 meter. Het snoer was heel duur, dus belangrijk dat je geen fouten maakt. Hoe pak je dit aan?
A. Ohhhhh. Dus het snoer moet in 2-en gedeeld worden, want er zijn 2 speakers. Hoe lang moet elk deel dan zijn? Als ik nou eerst het snoer door het midden knip, dan zie ik dan wel verder… Je knipt het door midden en realiseert je, NEEEEEE……
B. Eitje. Een stuk van 3 meter en een stuk van 7 meter. Meetlat erbij en knippen maar.
3. Je bent net verhuisd. Eindelijk heb je plaats voor die extra kast waar je (eindelijk!) al je bezittingen in kan doen. Echter, de kast wordt als een bouwpakket geleverd. Hoe pak je dit aan?
A. Je ziet hier als een berg tegenop. Waaa! Liefst besteed je het uit, maar goed je kunt het zelf ook, dus daar ga je. Even snel, zo moeilijk kan het ook niet zijn. Half in elkaar gezet, blijkt dat de kast verkeerd omstaat. Ok, dit kan je hebben. Snel uit elkaar. Opnieuw, weer in elkaar en halverwege blijkt dat een deur niet open kan… Je voelt woede opborrelen. Kast iets verplaatsen en je laat je niet kennen, nu weet je het hoe het echt snel en goed kan. Uiteindelijk staat de kast. Paar schroefjes over, dat wel, maar ja kniesoor die daarop let…
B. Klussen! Eerst alles goed voorbereiden. Wat zijn de afmetingen van de kast? Kan die hier staan? Kunnen de deuren dan nog open? Etc. In alle rust en neuriënd begin je aan de kast. Drankje erbij en gestaag bouwt de kast zich op. Alles gaat met precisie. Bij de laatste schroef staat de kast helemaal tiptop in elkaar.
4. Het is heerlijk weer. Je zit op terras in de zon met een paar vrienden en jullie gaan lunchen. De kaart komt en dan…
A. Zie je veel te veel lekkere dingen op de kaart. Het liefst wil je van een paar dingen een hapje. Je kijkt om je heen en zorgt dat je met iemand kan delen!
B. Een paar blikken op de kaart zijn voor jou genoeg. Je weet wat je wil. Hoor je iemand die wil delen? Ga weg! Ik wil mijn bord helemaal voor mijzelf. En ‘no way’ dat iemand van mijn bord gaat eten!
5. Deze bovenstaande vragen vond je:
A. Niets! Onzinnig!
B. Leuk
Benieuwd naar de uitslag? Hmmm, dat is niet waarom ik dit stukje geschreven heb. Er is geen ‘goed’ of ‘voud’.
Daarbij zijn de hierboven beschreven antwoorden nogal extreem. In veel gevallen zal je waarschijnlijk ergens in het midden uitkomen. Ook als je het echt eerlijk probeert in te vullen. Je bent immers geneigd om je eigen extremiteiten af te zwakken. Waarom? Omdat het sociaal wenselijk is? Als je dat doet wordt je lief, aardig, gezellig, maar wil je die grijze muis zijn? Als je denkt aan de eigenschappen die je van je vrienden bewondert, zijn dat dan die eigenschappen? Dus durf ook die bijzondere eigenschappen op je profiel te zetten. Als je de ‘standaarden’ niet noemt, wil dat niet zeggen dat je onaardig, ongezellig bent en hatelijk bent. Dus met die wetenschap, lekker eerlijk zijn op je profiel!