Het onderzoek (hier en here) werd gedaan door een stel Britse spiegelogen. Zij richtten hun pijlen op het fenomeen speed dating: dat zijn evenementen waarbij je op 1 avond soms wel 30 singles kort te spreken krijgt. Na afloop moet je dan aangeven wie van die 30 je nog wel een keertje wilt zien. Je mag zo veel mensen uitkiezen als je zelf wilt. Als een van die anderen jou ook heeft gekozen dan is er een match en krijgen jullie elkaars telefoonnummer.
Maar wat bleek tijdens dit onderzoek? Veel mensen kozen helemaal niemand uit. Ze hadden tientallen aspirant-minnaars te zien, te spreken en te voelen gekregen, en nog zat er niemand tussen? Tja, zo werkt het blijkbaar. De onderzoekers gooien het maar weer op de evolutie: vroeger zaten we met allemaal soortgenoten in hetzelfde dorp, dus onze hersentjes zijn helemaal niet ingesteld op te veel variatie. Vergelijk dit nu eens met een datingsite, waar je niet 30 maar 30.000 of wel 3.000.000 mensen langs ziet komen. Zouden onze hersens dat dan wel aankunnen?
Schrale troost: het probleem komt ook bij dieren voor.